Nieuwsitem Erik 2016-09 - photographer-424623_960_720

Het is al decennialang een gewoonte op vele basisscholen; de jaarlijkse schoolfoto’s. Niet alle ouders zitten erop te wachten dat hun kind thuiskomt met een stapeltje van die foto’s. Vaak wordt hen dan ook de keuze geboden om de foto’s te kopen. Zijn ze geïnteresseerd, dan dient er binnen een bepaalde termijn te worden betaald. Zo niet, dan moeten de foto’s binnen die termijn worden teruggestuurd. Gebeurt dat laatste niet (of niet tijdig), dan maakt de fotograaf aanspraak op betaling. De kantonrechter van de rechtbank Overijssel heeft zich onlangs gebogen over de vraag of er inderdaad sprake is van contractuele gebondenheid van de ouders als zij ongevraagd schoolfoto’s ontvangen, niet voor deze foto’s willen betalen, maar deze ook niet terugsturen. Met andere woorden: moeten de ouders in dat geval toch voor de foto’s betalen? Kort gezegd is het antwoord daarop: nee, die verplichting hebben zij niet.

In deze zaak had eiser (de schoolfotograaf) foto’s gemaakt en aan de school overhandigd. De school deelde vervolgens de foto’s uit aan de leerlingen om dit pakket thuis te laten zien, vergezeld van een machtigingsformulier, een bestelformulier en een retourenvelop. Er bestond op dat ogenblik nog geen verplichting tot afname. Ook hier konden de foto’s worden teruggestuurd als deze niet gewenst waren, maar dat moest wel binnen tien dagen. Deden de ouders dat niet, dan zouden zij zich tot afname (en dus betaling) verplichten, zo volgt uit de tekst van het machtigingsformulier.

Om consequenties te kunnen verbinden aan het niet-terugzenden moet volgens de kantonrechter worden vastgesteld waar de verplichting tot terugzenden op is gebaseerd. Volgens de kantonrechter kan die verplichting niet worden gevonden in de koopovereenkomst, want de koop is nog niet gesloten. De ouders hebben immers tien dagen de tijd om daartoe desgewenst te besluiten. En ná de tien dagen zou er volgens de fotograaf geen terugzendingsverplichting meer zijn, maar een betalingsverplichting omdat er dan in zijn ogen een koopovereenkomst tot stand is gekomen. De terugzendverplichting zat hem er ook niet in dat de ouders de foto’s had besteld of aangevraagd, dat was hier namelijk niet het geval. Het feit dat de  werkwijze van de fotograaf al jaren gebruikelijk is, maakt dat volgens de kantonrechter niet anders. Om die reden stelt hij vast dat er geen genoegzame grondslag bestaat voor een terugzendverplichting van de ouders. Dat betekent dat hier sprake is van een ongevraagde levering van zaken met als doel om de ontvanger tot een koop te bewegen. Voor dergelijke gevallen is artikel 7:7 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geschreven.

Artikel 7:7 lid 2 BW bepaalt (kort gezegd) dat er bij ongevraagde levering van zaken aan consumenten geen verplichting tot betaling ontstaat. Het uitblijven van een reactie van de consument op de ongevraagde levering of verstrekking wordt niet als aanvaarding aangemerkt. Wordt er toch een zaak ongevraagd geleverd, dan is de consument bevoegd de zaak om niet (dat wil zeggen: zonder daarvoor te betalen) te houden. Nu de fotograaf de betalingsverplichting van de ouders baseert op het niet terugzenden van de foto’s, merkt hij het niet reageren (geen betaling, terugzending of anderszins) kennelijk aan als aanvaarding, met een betalingsverplichting als gevolg. Dat is in strijd met de duidelijke regel van artikel 7:7 lid 2 BW. De bedoeling van de wetgever bij dat artikel was namelijk dat de consument in zulke gevallen juist niet hoeft te betalen. De ouders zijn volgens de kantonrechter dus ook niet ongerechtvaardigd verrijkt ten koste van de fotograaf. De vorderingen van de fotograaf worden daarom afgewezen.

Hebt u vragen over bepaalde betalingsvoorwaarden of over (consumenten-)transacties? Neem dan contact op met Erik Duinkerke, duinkerke@avioadvocaten.nl.