In deze tijd voert Corona de boventoon. Meermaals op een dag worden wij geconfronteerd met nieuws en andere informatie over Corona.

Ook in het arbeidsrecht komt Corona voor. Werkgevers proberen maatregelen te treffen als gevolg van Corona en de invloed die Corona heeft op hun bedrijfsvoering.

Zo heeft een werkgever een kok in de eerste helft van 2020 per direct ontslagen, waarbij bij de verlening van dat ontslag werd verwezen naar de drastische maatregelen die de regering heeft genomen in het kader van het COVID-19 virus. Om die reden zag de werkgever zich genoodzaakt de arbeidsovereenkomst te beëindigen. De werknemer heeft daartegen geprotesteerd, de beëindiging van het dienstverband voor lief nemend maar wel aanspraak gemaakt op een aantal vergoedingen.

Wat zei de rechter over deze situatie?
Een ontslag met onmiddellijke ingang zoals hier gegeven kan alleen worden gegeven als daarvoor een dringende reden aanwezig is als bedoeld in de wet.

Daaronder valt wat deze rechter betreft niet de situatie van een gedwongen sluiting van de onderneming als gevolg van de uitbraak van de Corona-pandemie. De werkgever had in deze anders moeten handelen als de werkgever het dienstverband met deze werknemer had willen beëindigen. Er had een ontslagvergunning kunnen worden aangevraagd bij UWV dan wel had er kunnen worden bezien of er met deze werknemer een regeling kon worden getroffen.

Het ontslag is dus gegeven in strijd met de wettelijke regels en daarom vernietigbaar.

De werknemer berust in de beëindiging van het dienstverband dus in zoverre heeft de werkgever zijn doel bereikt.

Nu de werkgever het dienstverband niet juist heeft beëindigd moet de werkgever aan de werknemer een vergoeding betalen voor de niet in acht genomen opzegtermijn. In dit geval gaat het om twee maandsalarissen.

Verder diende de transitievergoeding betaald te worden. Die vergoeding wordt berekend over de periode tot de einddatum van het dienstverband, welke einddatum wel conform de wettelijke regels is vastgesteld.

Regel is dat een ontslag op staande voet in strijd met de wettelijke regels, wordt geacht ernstig verwijtbaar te zijn aan de zijde van de werkgever. Meestal volgt in die situaties dan ook naast de hiervoor al genoemde vergoedingen de verplichting om een billijke vergoeding te betalen aan de werknemer.

Hier heeft de rechter die billijke vergoeding niet vastgesteld gezien de Corona-pandemie, de slechte financiële omstandigheden van werkgever, het korte dienstverband van werknemer en de door werknemer te ontvangen WW-uitkering. De billijke vergoeding werd dan ook op 0 gesteld. In die zin heeft de aanwezigheid van Corona deze werkgever dus wel enigszins mogen baten.

Wat leren wij hier in ieder geval uit?
Corona op zichzelf en wat daarmee is gemoeid kan niet leiden tot een onmiddellijke beëindiging van een dienstverband. Wel kan dit reden zijn om te streven naar beëindiging van de arbeidsrelatie maar dan is het van belang om de geldende regels te volgen.

Mocht u over dit onderwerp meer informatie willen ontvangen en/of overleg willen plegen, neemt u dan gerust contact met mij op.

Richard Geurts
geurts@avioadvocaten.nl
06 41 82 81 81