afbeeldingVan je personeel moet je het maar hebben. Een oud-werknemer van de failliete vennootschap Inter Confex wordt door de curator aansprakelijk gesteld vanwege – onder meer – het ‘doorlinken’ van de website en e-mails van dat bedrijf aan zijn eigen eenmanszaak. Eén van de vorderingen lijkt succes te hebben; de rechter is namelijk van oordeel dat de werknemer onrechtmatig heeft gehandeld, maar hij kan nog tegenbewijs aanleveren.
Rechtbank Rotterdam 1 juni 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:4321

Gronden voor aansprakelijkheid

Bestuurdersaansprakelijkheid

De curator stelt de werknemer op twee gronden aansprakelijk. Als eerste stelt de curator dat de werknemer zich heeft gedragen als ‘feitelijk beleidsbepaler´ van Inter Confex en om die reden gelijk kan worden gesteld met een bestuurder. Deze gelijkstelling kan grote gevolgen hebben. Als immers duidelijk wordt dat het bestuur in een periode van drie jaar vóór het faillissement zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement, dan kunnen de bestuurders ieder voor het geheel aansprakelijk worden gesteld voor het faillissementstekort. Voor wat betreft deze vordering ontspringt de werknemer de dans: de rechtbank komt (kort gezegd) tot het oordeel dat de werknemer niet kan worden beschouwd als feitelijk beleidsbepaler.

Onrechtmatig handelen

De curator stelt ook nog dat de werknemer schadeplichtig is omdat hij onrechtmatig zou hebben gehandeld. Deze vordering pakt voor de curator beter uit. De rechtbank komt namelijk tot het oordeel dat op twee punten sprake is van onrechtmatig handelen, maar ook hier is tegenbewijs nog mogelijk.

Als eerste wordt als onrechtmatig aangemerkt het ‘doorlinken’ van de website en het e-mailadres van Inter Confex naar de eenmanszaak van de werknemer. Als gevolg hiervan kwamen (potentiële) klanten via de digitale snelweg niet uit bij Inter Confex, maar bij de eenmanszaak, een directe concurrent. Dit is volgens de rechtbank “naar maatstaven van hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt onzorgvuldig” en levert onrechtmatigheid op.

De tweede grond voor onrechtmatigheid is dat de werknemer tijdens zijn dienstverband een aantal opdrachten en betalingen buiten het administratiesysteem van Inter Confex heeft gehouden. Hieruit kan volgens de rechtbank worden afgeleid dat die bedragen niet aan de bestuurder zijn afgedragen. De werknemer zou dan ook omzet van Inter Confex voor zichzelf hebben geïncasseerd. Het is weinig verrassend dat dit ‘in eigen zak steken’ van omzet door een werknemer door de rechtbank in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid wordt geacht.

Ook het wegnemen van voorraad en inventaris van Inter Confex door de werknemer, zonder daarvoor te betalen, wordt door de rechtbank als onrechtmatig bestempeld. De werknemer heeft deze vordering echter voldoende weersproken. De curator wordt daarom in de gelegenheid gesteld om (aanvullend) bewijs te leveren.

Slotsom

De procedure tussen de curator van Inter Confex en de voormalige werknemer is nog niet tot een einde gekomen. Beide partijen krijgen de kans om verder (tegen-)bewijs te leveren. Indien duidelijk wordt dat de werknemer op één of meerdere van de drie punten inderdaad onrechtmatig heeft gehandeld, dan zal de schade voor Inter Confex nog moeten worden begroot in een afzonderlijke schadestaatprocedure. In die procedure kan ook worden gedebatteerd over het vereiste causaal verband tussen het handelen van de werknemer en de geleden schade. Wordt vervolgd dus.

Hebt u vragen over bestuurdersaansprakelijkheidsvorderingen, of hebt u binnen uw bedrijf wellicht te maken met soortgelijke omstandigheden? Neem dan contact op met Erik Duinkerke, duinkerke@avioadvocaten.nl.