Met de WWZ bent u allen bekend als het goed is en u weet dus dat er in het arbeidsrecht al het nodige is veranderd en met ingang van 1 juli 2015 nog het nodige gaat veranderen.

Mocht u nog niet alles weten en nog van nadere informatie voorzien willen worden, laat u het mij dan gerust weten. Graag wissel ik dan met u van gedachten en informeer ik u nader.

De kantonrechters in Nederland hebben de eerste WWZ-uitspraken inmiddels gedaan. Het gaat hierbij om twee uitspraken van respectievelijk de kantonrechter te ’s-Gravenhage en de kantonrechter te Leeuwarden.

Beide uitspraken gaan over de zogenaamde aanzegtermijn bij tijdelijke contracten. U weet dat een werkgever verplicht is om één maand vóór afloop van zo’n contract de werknemer schriftelijk te berichten of er verlening van het contract plaatsvindt, en zo ja, onder welke voorwaarden. Voldoet u als werkgever niet tijdig aan die verplichting, dan bent u een maandsalaris verschuldigd aan de werknemer of het pro rato gedeelte daarvan.

Op welke wijze moet een procedure om die vergoeding geïncasseerd te krijgen gestart worden door een werknemer?

De kantonrechters hiervoor genoemd hebben aangegeven dat dit tot 1 juli 2015 moet geschieden bij dagvaarding, daarna bij verzoekschrift.

Daarnaast is nog geoordeeld door één van de genoemde kantonrechters dat de aanzegverplichting niet geldt bij een arbeidsovereenkomst die van rechtswege eindigt per 1 februari 2015. De aanzegverplichting geldt volgens de kantonrechter eerst indien de datum waarop de arbeidsovereenkomst eindigt op of na 1 februari 2015 is gelegen. Dat was in de situatie waarover de kantonrechter moest oordelen niet het geval zodat er niet aangezegd behoefde te worden. De werkgever kreeg dus geen sanctie.

Tot zover deze eerste twee uitspraken als gevolg van de WWZ. Ongetwijfeld zullen er meer uitspraken volgen waarover u dan weer door ons geïnformeerde zult worden.