De kantonrechter Utrecht oordeelde 3 april 2013 over een niet-betalende huurder en een ontruimende verhuurder. Niet-betalen mag niet, maar ontruimen zonder vonnis al helemaal niet, zo bevestigde de kantonrechter het geldende recht.

De kantonrechter begrijpt de gedachtegang van de verhuurder op zich wel:

“al is op zichzelf begrijpelijk dat Verhuurder behoefte had aan spoedige duidelijkheid als gevolg van de plotselinge ontwikkelingen in 2009 die een streep zette door de overeengekomen verkoop en levering van het gehuurde aan Huurder en die de voorbode waren van nieuwe problemen.”

Maar dat neemt niet weg dat “er niet of onvoldoende aangevoerd is dat deze eigenmachtig uitgevoerde ontruiming desondanks kan rechtvaardigen”.

De kantonrechter hoeft niet lang na te denken: “De kantonrechter oordeelt voorts dat Verhuurder zonder meer onrechtmatig jegens Huurder heeft gehandeld door op 14 september 2009 over te gaan tot eigenmachtige (gedeeltelijke) ontruiming van het gehuurde nadat Verhuurder had vastgesteld dat de inboedel van Huurder nog in het gehuurde aanwezig was. Dit onrechtmatig karakter wordt niet weggenomen in het geval Verhuurder er op dat moment vanuit mocht gaan dat de huurovereenkomst al was geëindigd. Daarbij komt dat een gedwongen ontruiming vereist dat wordt zorg gedragen voor een schadevrije, volledige en zorgvuldige afvoer en opslag van de inboedel, hetgeen alleen bij een ontruiming door de deurwaarder is gewaarborgd.”

Het gevolg is dat deze verhuurder schadeplichtig werd: alle vermiste en beschadigde spullen (inboedel) diende door de verhuurder aan de huurder te worden vergoed.

De verhuurder had volgens de kantonrechter dus de koninklijke weg moeten bewandelen: eerst naar de rechter voor een vonnis tot ontruiming; dan pas laten ontruimen door een deurwaarder.

Lees hier de volledige uitspraak