Bij een juridisch geschil lijkt de gang naar de rechter vaak onvermijdelijk. Toch worden veel geschillen beëindigd zonder dat het tot een vonnis van een rechter komt. Ter voorkoming van een procedure (of ter beëindiging daarvan) sluiten partijen geregeld een zogenoemde vaststellingsovereenkomst. Daarin spreken partijen af hoe zij het geschil beëindigen. Dat bespaart een veelal lange en kostbare juridische procedure.

Toch komt het geregeld voor dat partijen alsnog gaan procederen. Niet meer over het daadwerkelijke geschil, maar over de inhoud van de vaststellingsovereenkomst, zoals recentelijk bij het Gerechtshof Den Haag in een belastingzaak tussen de Staat en Partij X

Rechtbank

In deze zaak speelt met name de vraag of op de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst een bepaalde fiscale regel (de Samenhangregel) al dan niet van toepassing is. De rechtbank oordeelt van wel. Volgens de rechtbank is deze regel in de fiscale rechtspraktijk het uitgangspunt. Partijen hadden weliswaar daarover niks in de vaststellingsovereenkomst opgenomen, toch was die regel van toepassing. Partij X is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens en gaat daartegen in hoger beroep.

Gerechtshof

Het Gerechtshof gaat in haar arrest systematisch te werk en begint bij bekende Haviltex-criterium dat ziet op de uitleg van overeenkomsten (en dus ook op de uitleg van vaststellingsovereenkomsten). Volgens het Haviltex-criterium kan de vraag hoe in een overeenkomst de verhouding van partijen is geregeld, en of dit contract een leemte laat, die moet worden aangevuld, niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van de overeenkomst, maar komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar daaromtrent mochten verwachten.

Hierbij zijn volgens het Gerechtshof in genoemde kwestie (onder meer) van belang de omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen; de taalkundige betekenis van de bewoordingen van het geschrift, gelezen in de context ervan als geheel, die deze in (de desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben en de aard van de overeenkomst en de wijze van totstandkoming van die overeenkomst, waarbij van belang is of partijen werden bijgestaan door (juridisch) deskundige raadslieden.

Conclusie

Het Gerechtshof is het met de rechtbank eens dat partijen niets hebben afgesproken over de toepasselijkheid van genoemde Samenhangregel. Nu de Samenhangregel in de fiscale rechtspraktijk het uitgangspunt is, is die regel volgens het Gerechtshof daarom gewoon van toepassing op de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst. Dit was slechts anders geweest indien partijen in de vaststellingsovereenkomst (expliciet) hadden afgesproken dat de Samenhangregel in hun relatie geen rol (meer) speelt. Het hoger beroep van Partij X wordt daarom afgewezen.

Tot slot

Heeft u een vraag over de inhoud van een vaststellingsovereenkomst? Of wilt u juist een vaststellingsovereenkomst op laten stellen ter voorkoming van een geschil? Neemt u dan contact op met Richard Geurts (055-3681630 of geurts@avioadvocaten.nl.)