Normaliter procederen advocaten voor rekening en risico van hun cliënten. Wordt de procedure verloren dan draait in beginsel de cliënt als procespartij op voor de (proces)kosten van zijn wederpartij. Mocht de advocaat een beroepsfout hebben begaan welke heeft geleid tot het verlies van de procedure dan heeft de cliënt wellicht een vordering op de advocaat ter zake schade vergoeding. Ten opzichte van de wederpartij helpt dit als cliënt echter niets. De wederpartij kent slechts de cliënt als procespartij en klopt derhalve bij haar of hem aan voor de toegewezen kosten.

In een uitzonderlijk geval kan dit evenwel anders lopen. Slaat de advocaat in kwestie de plank zodanig mis dat komt vast te staan dat deze in het geheel niet bevoegd was om de door hem of haar vermelde cliënt te vertegenwoordigen, of de door de advocaat vermelde cliënt bestaat ( onder meer als gevolg van een verkeerde naamsvermelding in de dagvaarding) niet, dan heeft de rechter op grond van artikel 245 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de mogelijkheid om de advocaat (of gemachtigde) zelf in de proceskosten te veroordelen terwijl deze formeel gezien geen partij was in de door hem of haar begonnen procedure.  Onzorgvuldigheid kan in dit kader dus hard worden afgestraft. Onlangs moest een advocaat uit het hoge noorden op de blaren zitten zo blijkt uit vonnis van de voorzieningenrechter te Groningen (NJF 2016/7).