Net voor de Kerstdagen heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan voor het arbeidsrecht, namelijk het Mediant-arrest. Strekking: voorwaardelijke ontbinding van een arbeidsovereenkomst is nog altijd mogelijk, maar wordt wel aan spelregels gebonden.

Wat is een voorwaardelijke ontbinding?

Een in zijn ogen onterecht op staande voet ontslagen werknemer kan loondoorbetaling vorderen van zijn werkgever. Omdat de werkgever doorgaans wél achter het ontslag blijft staan, houden partijen elkaar vaak lang, soms jarenlang in de greep met procederen. Indien het ontslag uiteindelijk onterecht wordt geoordeeld, betekent dit dat de arbeidsovereenkomst al die tijd ‘gewoon’ is blijven bestaan. Indien de werknemer bovendien bereid is gebleven zijn werk te doen, zal het loon (met rente en verhoging) over al die tijd moeten worden nabetaald. Voor de werkgever vormt dit een groot risico. Daarom ontwikkelde zich de praktijk van het voorwaardelijke ontbindingsverzoek. De werkgever verzocht dan ontbinding voor het geval het ontslag op staande voet niet overeind mocht blijven, maar de arbeidsovereenkomst wél tot een einde moest komen. Bijvoorbeeld omdat werkgever en werknemer echt niet meer met elkaar door één deur kunnen. Op deze manier kon op korte, althans in ieder geval op kortere termijn een punt achter de arbeidsovereenkomst worden gezet. Ook omdat hoger beroep tegen de ontbinding niet mogelijk was.

Sinds de komst van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) bestaat discussie over de vraag of een voorwaardelijke ontbinding nog wel mogelijk is. Nieuw in de WWZ is namelijk dat ook tegen een ontbindingsbeschikking hoger beroep kan worden ingesteld. Daarmee biedt een voorwaardelijke ontbinding niet langer zonder meer de snelle zekerheid.

De Hoge Raad heeft echter in de Mediant-uitspraak uitgemaakt dat een werkgever nog altijd belang kan hebben bij een voorwaardelijke ontbinding. Er wordt wel een voorwaarde gesteld. Die voorwaarde houdt in dat de kantonrechter alleen ontbinding kan worden verzocht voor het geval de kantonrechter zelf het ontslag op staande voet niet in stand mocht laten. De kantonrechter mag niet voorwaardelijk ontbinden voor het geval het staande voet-ontslag in hoger beroep zou worden vernietigd. Met andere woorden: de kantonrechter mag niet in de toekomst kijken.

Gaat met het Mediant-arrest een schokgolf door het arbeidsrecht? Niet echt. Prettig is wel dat nu de piketpalen zijn uitgezet voor dit onderwerp.

Voor een werkgever is het van belang te onthouden dat een voorwaardelijke ontbinding veel (loon-)kosten kan schelen. Nu met de WWZ hoger beroep mogelijk is geworden tegen de voorwaardelijke ontbinding, moet wel kritisch worden beoordeeld of het een zinvolle actie is. Laat u daarom goed adviseren over de mogelijkheden en de kosten, u kunt hiervoor uiteraard contact met mij opnemen.