Die vraag speelde onlangs bij de rechtbank in Den Bosch.

Waar ging het over?
Een Duitse financieringsmaatschappij, FFS, heeft aan een Duits bedrijf, TVM, een Ferrari, type F12 Berlinetta, verkocht. Persoon X heeft zich borg gesteld voor de maandelijkse afbetaling aan FFS. Afgesproken is dat FFS eigenaar van de Ferrari blijft totdat de Ferrari door TVM is afbetaald.

Na verloop van tijd wordt persoon X failliet verklaard. Er worden Nederlandse curatoren aangesteld om het vermogen van persoon X te verdelen onder de schuldeisers. Ook wordt een onderzoek naar faillissementsfraude door persoon X ingesteld. Gevreesd wordt dat de Ferrari door persoon X wordt verduisterd. De curatoren gaan daarom op zoek naar de Ferrari, die zich uiteindelijk bij een Duitse garage bevindt ter reparatie. De curatoren betalen de reparatiekosten en nemen de Ferrari mee.

FFS heeft in de tussentijd geen betalingen van TVM meer ontvangen. FFS ontbindt daarom de koopovereenkomst en eist de Ferrari op. De curatoren weigeren de Ferrari af te geven. Zij vinden dat zij de belangen van FFS hebben behartigd door de Ferrari terug te halen (zaakwaarneming). Zij willen de Ferrari pas afgeven wanneer FFS de gemaakte kosten, zoals de reparatiekosten, voldoet (retentierecht).

Wat vond de rechtbank?
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing, ook al is FFS een Duitse partij. De rechtbank vindt dat de Ferrari aan FFS toebehoort. FFS kan volgens de rechtbank echter pas met gierende banden in de Ferrari naar huis wanneer zij de curatoren heeft betaald.

Tot slot
Heeft u een vraag over algemene voorwaarden, zaakwaarneming, retentierecht, faillissementsrecht of over de toepasselijkheid van Nederlands of Duits recht? Neemt u dan contact op.