Werknemers die een VUT-uitkering ontvangen en daarnaast nog op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst zijn bij een werkgever, dienen er rekening mee te houden dat dat gevolgen kan hebben als zij een WW-uitkering zouden aanvragen. Ook werkgevers zijn bij deze kennis gebaat, omdat dit bij het maken van afspraken met zo’n werknemer bij het einde van het dienstverband van grote invloed kan zijn op het inkomen van die werknemer.

Volgens de Werkloosheidswet kunnen bepaalde inkomsten op een WW-uitkering in mindering gebracht worden. Daarbij gaat het onder meer om inkomsten zoals een ouderdomspensioen, maar ook inkomsten uit een regeling tot vervroegde uittreding. Indien een werknemer een VUT-uitkering zou ontvangen en vervolgens elders in dienst treedt waarna het tweede dienstverband wordt beëindigd en de werknemer aanspraak zou kunnen maken op een WW-uitkering, dan zou die WW-uitkering gekort worden omdat die werknemer een VUT-uitkering ontvangt.

Het korten van de WW-uitkering door overige inkomsten komt regelmatig aan de orde bij de Centrale Raad van Beroep. In één van die uitspraken ging het om een ex-werknemer die een WW-uitkering ontving. Die werknemer vroeg aan UWV wat de eventuele gevolgen zouden zijn voor zijn WW-uitkering indien hij zijn vroegpensioen zou opnemen, waarop UWV antwoordde dat de WW-uitkering van die werknemer dan zou worden gekort.

Om dat te voorkomen heeft de ex-werknemer zijn vroegpensioen toegevoegd aan zijn ouderdomspensioen en heeft zijn WW-uitkering op de gebruikelijke wijze ontvangen.

UWV kortte vervolgens alsnog de WW-uitkering van de ex-werknemer omdat die een benadelingshandeling zou hebben gepleegd door zijn vroegpensioen aan zijn ouderdomspensioen toe te voegen. Het bezwaar tegen dat besluit dat de ex-werknemer bij UWV indiende werd afgewezen net zoals het beroep bij de rechtbank.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het vroegpensioen inderdaad gekort zou moeten worden op een WW-uitkering, maar dat in dit geval UWV ermee had ingestemd dat de vroegpensioen uitkering op een later moment zou ingaan dan de eerst mogelijke datum. Daarmee heeft UWV de ex-werknemer bewust een keuzemogelijkheid geboden ten aanzien van het moment waarop het vroegpensioen zou ingaan waardoor UWV ook het risico diende te accepteren dat er in het geheel geen korting op de WW-uitkering zou kunnen plaatsvinden. Volgens de Centrale Raad van Beroep was er dan ook geen sprake van een benadelingshandeling.

Door de toenemende vergrijzing en daaruit voortkomende overheidsmaatregelen neemt het aantal VUT-uitkeringen snel af.

Een gevolg van het overheidsbeleid om het aantal VUT-uitkeringen terug te dringen is zichtbaar in de belasting die over zo’n uitkering geheven wordt. De heffing over de werkgeversbijdrage is tot en met 31 december 2010 26%, terwijl dat vanaf januari 2011 52% zal gaan worden. Deze wijziging geldt niet voor werknemers die vóór 1 januari 1950 geboren zijn.