Een restaurant heeft een mevrouw in dienst als Medewerker Bediening. Corona doet zijn intrede, het restaurant sluit en gaat over tot het verzorgen van maaltijden die kunnen worden afgehaald dan wel worden bezorgd.
Een veel voorkomende situatie in de praktijk van restaurants in deze tijd.

Deze werkneemster weigert de haar aangeboden werkzaamheden uit te voeren. Het gaat bij die werkzaamheden niet om de eigen bedieningswerkzaamheden maar om andere voorkomende werkzaamheden in het afhaalgedeelte van het restaurant dan wel bij het bezorgen van maaltijden.
Hoe reageert werkneemster? “Je houdt me voor de gek, afhalen?”

De bewuste werkneemster ziet de aangeboden werkzaamheden niet als passend. Daarnaast geeft zij aan niet te kunnen werken nu zij geen oppas heeft voor haar zoon. Ook in dit kader reageert de werkgever passend en geeft aan dat de zoon gewoon mee kan komen naar het restaurant als moeder moet werken. Deze werkneemster blijft echter weigeren om te komen werken maar verlangt wel dat haar salaris wordt betaald.

Lees meer

    en   

Verheugd zijn wij over onze (her)nieuwde samenwerking met Robbert Vriezen/VriezenLegal.

Vanaf 1 jan 2021 is die samenwerking een feit.
Robbert Vriezen is de deskundige advocaat op het gebied van Insolventie- en Ondernemingsrecht.

Het doel van deze samenwerking is om cliënten over en weer door te verwijzen, indien bij de ander meer deskundigheid aanwezig is op een bepaald rechtsgebied. Mocht u dus op één of beide rechtsgebieden een vraag hebben neem dan contact met ons op.

AVIO advocaten bereidt hiermee haar dienstverlening uit met een ervaren en deskundige advocaat.

 

Corona laat zich ook steeds meer gelden in de rechtspraak.

Het niet dragen van een mondkapje tijdens de uitvoering van werkzaamheden heeft ertoe geleid dat het een werkgever door de rechter werd toegestaan betaling van loon op te schorten en een werknemer niet meer toe te laten tot het werk.

 

 

Casus
Het ging hier om een banketbakkerij. Werknemer was daar al enige jaren in dienst en werkte onder meer op de transportbus voor 80% tot 90% van zijn werktijd.

Werkgever had in zijn bedrijf een mondkapjesplicht ingesteld. Werknemer wilde geen mondkapje dragen tijdens zijn werktijd. Een goed gesprek hierover heeft niet tot een oplossing geleid zodat partijen uiteindelijk terecht zijn gekomen bij de rechter.

De rechter heeft geoordeeld dat de door de werkgever ingestelde mondkapjesplicht voor het personeel onder het instructierecht van de werkgever valt. Een werkgever mag dus een mondkapjesplicht instellen. Daarmee wordt gezorgd voor een veilige werkomgeving en ook wordt daarmee het bedrijfsbelang beschermd. Hoewel over de effectiviteit van mondkapjes wordt getwist acht de kantonrechter het wel een maatschappelijk aanvaard middel. Het dragen van een mondkapje gedurende de coronatijd draagt bij aan de gezondheid en de veiligheid. Meegewogen heeft ook dat deze werknemer voor het grootste gedeelte van zijn werktijd geen mondkapje hoefde te dragen als hij in de transportbus reed.

De werkgever mocht dus de plicht tot het dragen van een mondkapje invoeren, de werknemer moest die instructie opvolgen. Nu dit niet werd gedaan door de werknemer, mocht werkgever werknemer de toegang tot het werk ontzeggen en betaling van het loon opschorten.

Zie hier een zware sanctie die voor een werknemer kan volgen indien die werknemer niet voldoet aan een redelijke instructie door een werkgever gegeven.

Bedenk wel dat het oordeel van een rechter in zaken als hier aan de orde steeds afhankelijk is van de aanwezige feiten en omstandigheden. Heeft u dus met een soortgelijke situatie te maken als hiervoor weergegeven, kijk dan even goed of die situatie inderdaad past in wat de rechter heeft overwogen en heeft besloten zoals hiervoor weergegeven.

Mocht u hierover overleg willen plegen dan kunt u uiteraard contact met mij opnemen.

Richard Geurts
geurts@avioadvocaten.nl
06 41 82 81 81

De Wet Homologatie Onderhands Akkoord (kort gezegd: WHOA) maakt het mogelijk dat de rechtbank een onderhands akkoord tussen een onderneming en haar schuldeisers en aandeelhouders, betreffende de herstructurering van schulden, kan goedkeuren (homologeren).

 

Door homologatie wordt een akkoord verbindend voor alle bij het akkoord betrokken schuldeisers en aandeelhouders. Dit wordt ook wel een dwangakkoord genoemd.

De WHOA is bedoeld voor ondernemingen die op zichzelf rendabel zijn, maar door een te zware schuldenlast of te hoge structurele kosten een sanering van schulden en verplichtingen nodig hebben om te voorkomen dat zij in surseance van betaling of faillissement geraken.

Voor meer informatie kunt u uiteraard contact met ons opnemen.

Iedereen kan om welke reden dan ook in financiële problemen terecht komen. Komt u er zelf niet meer (helemaal) uit?
Dan kan AVIO advocaten u wellicht helpen door middel van schuldhulpverlening.

Minnelijke regeling

Onze bewindvoerders helpen u inzicht te verkrijgen in de schuldenproblematiek en helpen om dit samen met u op te lossen. Zo kunnen we met de crediteuren in gesprek gaan om een zogenaamde minnelijke regeling te treffen.  Dit kan leiden tot finale kwijting: na afloop van deze regeling zijn er geen vorderingen meer.

Schuldsanering via WSNP

Mocht het bereiken van een minnelijke regeling niet tot de mogelijkheden behoren, dan staan de bewindvoerders van AVIO advocaten u bij in het traject richting de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Deze wet geeft een aanvulling op de Faillissementswet en biedt burgers met financiële problemen weer zicht op een schuldenvrije toekomst. De WSNP maakt het mogelijk om gemiddeld na 36 maanden weer schuldenvrij te zijn.

De Rechtbank beslist over de toelating tot de schuldsaneringsregeling, de hoogte van het aflossingsbedrag en de duur van de schuldsaneringsregeling. Belangrijke voorwaarden voor toelating tot de regeling zijn:

  • een vrijwillig akkoord over afbetaling van schulden is niet meer mogelijk,
  • de schulden zijn te goeder trouw ontstaan,
  • u heeft de afgelopen 10 jaar niet eerder gebruik gemaakt van de WSNP.

Bent u op zoek naar een betrouwbare partij die uw financiële situatie weer op de rit kan krijgen?
Neem dan telefonisch contact op met AVIO advocaten en maak een afspraak voor een gratis vrijblijvend adviesgesprek: 055 368 16 30 of mail naar info@avioadvocaten.nl

Mogelijk heeft u er in de afgelopen week al over gelezen want er is al de nodige aandacht besteed aan een baanbrekende beslissing van de Hoge Raad van 6 november 2020.

Waar gaat het in deze om?
Er is al veel gediscussieerd en ook geprocedeerd over de vraag of een bepaalde overeenkomst een arbeidsovereenkomst is of niet. Zowel voor werkgevers als werknemers als zzp-ers is het antwoord op die vraag van belang.

Voorheen werd voor het antwoord op die vraag meegewogen de bedoeling van partijen bij het sluiten van een overeenkomst. Was die bedoeling bijvoorbeeld niet gericht op het afsluiten van een arbeidsovereenkomst dan werd dat meegewogen en kon dit betekenen dat een rechter oordeelde dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst. Daar heeft de Hoge Raad nu een streep doorgezet: de bedoeling van partijen is niet langer relevant voor het antwoord op de vraag hoe een bepaalde gesloten overeenkomst moet worden gekwalificeerd. Lees meer

In deze tijd houdt Corona ons allen bezig. Echter, daarnaast gaan andere zaken zeker nog wel gewoon door.

Eén van die zaken die in mijn praktijk regelmatig terugkeert en tot vragen leidt betreft de uitleg van het ontslagverbod bij ziekte. Dit ontslagverbod bij ziekte is opgenomen in de wet. Dit ontslagverbod zegt dat een werkgever niet een arbeidsovereenkomst kan opzeggen gedurende de tijd dat de werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte.

Dit ontslagverbod staat er niet aan in de weg dat een arbeidsovereenkomst wordt beëindigd tijdens een periode van ziekte om een geheel andere reden. Het ontslagverbod ziet er “alleen” op dat de arbeidsovereenkomst niet kan worden opgezegd vanwege het ziek-zijn.

Lees meer

Wanprestatie

Het komt nogal eens voor dat de prestatie van de wederpartij, zoals het leveren van een product of dienst, uitblijft. Om de overeenkomst te kunnen ontbinden of schadevergoeding te eisen is dan (vaak) een zogenoemde ingebrekestelling nodig. Daarmee wordt de partij die niet of niet-tijdig presteert schriftelijk in de gelegenheid gesteld om alsnog binnen een redelijke termijn na te komen. In een recente uitspraak gaat de Hoge Raad in op de vraag wat een redelijke termijn is voor nakoming.

Redelijke termijn

Volgens de Hoge Raad dient bij de beoordeling of sprake is van een redelijke termijn de tijd te worden betrokken die de schuldenaar vóór de aanmaning heeft gehad. Dit betekent volgens onze hoogste rechter dat wanneer de schuldenaar al vaker in de gelegenheid is gesteld om alsnog na te komen, deze gegeven termijnen meewegen bij de beoordeling van de redelijkheid van de in de laatste aanmaning (de ingebrekestelling) gestelde termijn.

Relevantie uitspraak

De hier aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad laat dus zien dat het de moeite waard is om de schuldenaar (zelf, meermaals) aan te schrijven om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. Mocht de schuldenaar zich vervolgens in de procedure er op beroepen dat de laatst gestelde termijn niet redelijk is, kan onder verwijzing naar deze uitspraak worden betoogd dat ook voorgaande aanmaningen van belang zijn.

Tip!

Zorg voor een goede administratie, maan de wederpartij tijdig aan en bewaar de aanmaningen als bewijs.

Verrekening

In handelsrelaties hebben partijen nog wel eens vorderingen over en weer. Het kan dan handig zijn de vorderingen met elkaar te verrekenen. Dat geldt helemaal in geval van faillissement. Zowel het Burgerlijk Wetboek (BW) als de Faillissementswet (Fw) kennen specifieke bepalingen over verrekeningRecent liet de Hoge Raad zich uit over de vraag of van die bepalingen contractueel kan worden afgeweken.

Uitbreiding wettelijke regeling

Artikel 6:127 BW geeft regels voor verrekening buiten een situatie van faillissement. Artikel 53 Fw geeft regels voor verrekening in een faillissementssituatie. De hoogste rechter in Nederland, de Hoge Raad, overweegt in de hier genoemde uitspraak dat de in het BW neergelegde bevoegdheid tot verrekening van regelend recht is. Daarmee is bedoeld dat partijen van deze regeling contractueel mogen afwijken. Aldus kunnen partijen overeenkomen dat verrekening óók kan plaatsvinden indien partijen niet elkaars schuldeiser zijn. Bij bepalingen van dwingend recht is dat niet mogelijk.

Overweging Hoge Raad

Hoe zit het met de verrekening in faillissement? De Hoge Raad overweegt dat er geen grond bestaat om aan een overeenkomst tot uitbreiding van de verrekeningsbevoegdheid haar werking te ontnemen indien een van de partijen later in staat van faillissement wordt verklaard. De Hoge Raad oordeelt dat het wederkerigheidsvereiste van artikel 53 Fw, dus het over en weer elkaar schuldeiser zijn, niet van dwingend recht is.

De Hoge Raad merkt nog wel op dat van het andere vereiste van artikel 53 Fw, namelijk dat verrekening alleen mogelijk is indien de schuld en vordering vóór de faillietverklaring zijn ontstaan, niet contractueel kan worden afgeweken. Dat gedeelte van artikel 53 Fw is dus wél van dwingend recht.

Tot slot

Partijen kunnen dus contractueel overeenkomen dat verrekening óók kan plaatsvinden indien partijen niet elkaars schuldeiser zijn. Een faillissementssituatie verandert daaraan niets.