Wanprestatie

Het komt nogal eens voor dat de prestatie van de wederpartij, zoals het leveren van een product of dienst, uitblijft. Om de overeenkomst te kunnen ontbinden of schadevergoeding te eisen is dan (vaak) een zogenoemde ingebrekestelling nodig. Daarmee wordt de partij die niet of niet-tijdig presteert schriftelijk in de gelegenheid gesteld om alsnog binnen een redelijke termijn na te komen. In een recente uitspraak gaat de Hoge Raad in op de vraag wat een redelijke termijn is voor nakoming.

Redelijke termijn

Volgens de Hoge Raad dient bij de beoordeling of sprake is van een redelijke termijn de tijd te worden betrokken die de schuldenaar vóór de aanmaning heeft gehad. Dit betekent volgens onze hoogste rechter dat wanneer de schuldenaar al vaker in de gelegenheid is gesteld om alsnog na te komen, deze gegeven termijnen meewegen bij de beoordeling van de redelijkheid van de in de laatste aanmaning (de ingebrekestelling) gestelde termijn.

Relevantie uitspraak

De hier aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad laat dus zien dat het de moeite waard is om de schuldenaar (zelf, meermaals) aan te schrijven om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. Mocht de schuldenaar zich vervolgens in de procedure er op beroepen dat de laatst gestelde termijn niet redelijk is, kan onder verwijzing naar deze uitspraak worden betoogd dat ook voorgaande aanmaningen van belang zijn.

Tip!

Zorg voor een goede administratie, maan de wederpartij tijdig aan en bewaar de aanmaningen als bewijs.

Verrekening

In handelsrelaties hebben partijen nog wel eens vorderingen over en weer. Het kan dan handig zijn de vorderingen met elkaar te verrekenen. Dat geldt helemaal in geval van faillissement. Zowel het Burgerlijk Wetboek (BW) als de Faillissementswet (Fw) kennen specifieke bepalingen over verrekeningRecent liet de Hoge Raad zich uit over de vraag of van die bepalingen contractueel kan worden afgeweken.

Uitbreiding wettelijke regeling

Artikel 6:127 BW geeft regels voor verrekening buiten een situatie van faillissement. Artikel 53 Fw geeft regels voor verrekening in een faillissementssituatie. De hoogste rechter in Nederland, de Hoge Raad, overweegt in de hier genoemde uitspraak dat de in het BW neergelegde bevoegdheid tot verrekening van regelend recht is. Daarmee is bedoeld dat partijen van deze regeling contractueel mogen afwijken. Aldus kunnen partijen overeenkomen dat verrekening óók kan plaatsvinden indien partijen niet elkaars schuldeiser zijn. Bij bepalingen van dwingend recht is dat niet mogelijk.

Overweging Hoge Raad

Hoe zit het met de verrekening in faillissement? De Hoge Raad overweegt dat er geen grond bestaat om aan een overeenkomst tot uitbreiding van de verrekeningsbevoegdheid haar werking te ontnemen indien een van de partijen later in staat van faillissement wordt verklaard. De Hoge Raad oordeelt dat het wederkerigheidsvereiste van artikel 53 Fw, dus het over en weer elkaar schuldeiser zijn, niet van dwingend recht is.

De Hoge Raad merkt nog wel op dat van het andere vereiste van artikel 53 Fw, namelijk dat verrekening alleen mogelijk is indien de schuld en vordering vóór de faillietverklaring zijn ontstaan, niet contractueel kan worden afgeweken. Dat gedeelte van artikel 53 Fw is dus wél van dwingend recht.

Tot slot

Partijen kunnen dus contractueel overeenkomen dat verrekening óók kan plaatsvinden indien partijen niet elkaars schuldeiser zijn. Een faillissementssituatie verandert daaraan niets.

Pre-pack

Tegenwoordig is er veel te doen over zogenoemde pre-packs. Bij een pre-pack wordt door de rechtbank, op verzoek van de vennootschap die in zwaar weer verkeert, een stille bewindvoerder benoemd. Deze beoogd curator onderzoekt vervolgens of een doorstart van de vennootschap mogelijk is. Recent liet de Hoge Raad zich uit over de vraag hoe het zit met eventuele aansprakelijkheid van deze stille bewindvoerder.

Geen wettelijke regels

Recent heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de vraag naar de persoonlijke aansprakelijkheid van de beoogd curator in een pre-pack-situatie en een daarop volgend faillissement. De Hoge Raad overweegt daarbij dat de huidige faillissementswet (Fw) niet voorziet in regels voor de pre-packprocedure.

Aanknopingspunten voor aansprakelijkheid

Volgens de Hoge Raad worden de positie en de taken van de beoogd curator bepaald door de opdracht van de rechter die de beoogd curator aanwijst. Ook komt betekenis toe aan de zogenoemde Insolad-praktijkregels. Tot slot overweegt de Hoge Raad dat de beoogd curator zich – net als een ‘normale curator‘ – moet laten leiden door de belangen van de gezamenlijke schuldeisers. De (beoogd) curator dient daarbij ook rekening te houden met maatschappelijke belangen, zoals het belang van werkgelegenheid.

Maatstaf

In de hier benoemde uitspraak geeft de Hoge Raad aan dat de maatstaf voor persoonlijke aansprakelijkheid van een normale curator ook geldt voor de beoogd curator bij een pre-packsituatie. Deze maatstaf, de zogenoemde Maclou-norm, houdt in dat een curator behoort te handelen zoals in redelijkheid mag worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende curator, die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht.

Tot slot

Heeft u een vraag over het faillissementsrecht of het aansprakelijkheidsrecht? Neemt u dan contact op.

 

In een recent arrest oordeelt het gerechtshof in Den Bosch dat het gedrag van de huurder leidt tot het einde van de huurovereenkomst.

Wat was er aan de hand?

Tussen de huurder en de verhuurder heeft in 2015 een procedure plaatsgevonden. In die procedure gaat het over gebreken aan de woning. De huurder vordert dat de verhuurder de gebreken verhelpt. Die vordering is door de kantonrechter afgewezen. Toch blijft de huurder klagen. Daarbij worden medewerkers van de verhuurder bedreigd en beledigd. De huurder blijft daarmee doorgaan, zelfs na herhaaldelijk gewaarschuwd te zijn. Ook komen bij de verhuurder meldingen binnen over overlast veroorzaakt door diezelfde huurder. Voor de verhuurder is de maat vol: in een nieuwe procedure wordt ontbinding van de huurovereenkomst gevorderd.

Oordeel gerechtshof

In hoger beroep overweegt het gerechtshof dat alleen een tekortkoming van voldoende gewicht recht geeft op ontbinding van de huurovereenkomst. De vraag of ontbinding in het concrete geval gerechtvaardigd is, hangt af van alle omstandigheden van het geval.

Het gerechtshof oordeelt in dit geval dat het belang van de huurder bij het huren van woonruimte niet opweegt tegen het belang van de verhuurder bij het zorgen voor een veilig werkklimaat voor haar medewerkers en door haar ingeschakelde derden en bij het beschermen van het ongestoord woongenot van haar andere huurders. Ontbinding van de huurovereenkomst is gerechtvaardigd. Het gerechtshof komt daarmee tot het zelfde oordeel als de kantonrechter.

Tot slot

Heeft u problemen met uw huurder, uw verhuurder of heeft u een andere vraag over het huurrecht?
Neem contact met ons op!

Incassowerkzaamheden

Wist u dat u ook voor onbetaald gelaten facturen bij AVIO advocaten aan het juiste adres bent? Al enige tijd voeren wij ook incassowerkzaamheden uit. Inmiddels staat AVIO advocaten al vele klanten bij in het doen van incassowerkzaamheden, tot wederzijds genoegen.

 

Werkwijze

Hoe gaat AVIO advocaten te werk bij het incasseren van uw vordering? De incassospecialisten van AVIO advocaten nemen direct na ontvangst van de zaak telefonisch contact op met de debiteur. Door in gesprek te gaan met de debiteur incasseren wij de openstaande post vaak nog vóórdat er een procedure moet worden gestart. Dit is natuurlijk prettig omdat daarmee geld snel binnen is. Bovendien worden zo geen extra kosten gemaakt voor het starten van een procedure. Dossiers kunnen daardoor weer snel worden gesloten.

Mocht telefonisch contact niet lukken of niet de uitwerking hebben die wij graag zouden willen, dan stellen wij een sommatiebrief op. Indien nodig zullen wij het starten van een procedure niet uit de weg gaan.

Interesse?

AVIO advocaten biedt u de eerste incasso gratis aan. Wij zullen telefonisch contact zoeken met de debiteur. Zo nodig zal een eerste sommatie worden opgesteld en/of een betalingsregeling worden afgesproken. De voorkeur gaat er natuurlijk naar uit meteen het bedrag te incasseren.

Als u interesse heeft om AVIO in te schakelen, neemt u dan – ook om de voorwaarden te bespreken – contact op met Maureen Rooding (rooding@avioadvocaten.nl) of 055-3681630. Zij is de incassospecialiste binnen ons kantoor.

 

Voetbal is de populairste sport van Nederland. Toch is het spelen van een potje voetbal niet zonder gevaar. Denk bijvoorbeeld aan de blessure van Memphis Depay, die maandenlang moet revalideren. Ook op amateurniveau komt het geregeld tot zware blessures. Soms leiden zulke blessures tot rechtszaken, waarin betaling van een schadevergoeding wordt gevorderd.

Amateurwedstrijd 

In een recent arrest, gepubliceerd op 16 januari 2020, moest het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zich buigen over een zaak waarin schadevergoeding werd gevorderd voor letsel, dat was opgelopen tijdens een amateurwedstrijd. De wedstrijd in de 3e klasse tussen FVV uit Hoogezand en VV Muntendam werd gespeeld op 10 april 2005. Voor FVV stond er niets meer op het spel. Muntendam moest winnen om nacompetitie (en mogelijk degradatie) te ontlopen.

Blessure

In de 55ste minuut van de wedstrijd lukt het eiser om namens FVV te scoren. Door toedoen van een tegenstander is hij tijdens die scoringsactie echter ten val gekomen en aan zijn linkerbeen zwaar geblesseerd geraakt. Eiser is vervolgens per ambulance naar het ziekenhuis vervoerd. De scheidsrechter heeft het duel gestaakt. Geen van de spelers is door de scheidsrechter met een gele of rode kaart bestraft.

Aansprakelijkheid

De blessure leidt uiteindelijk voor eiser tot het verlies van het linker onderbeen. De vraag is nu of de tegenstander aansprakelijk is voor het letsel van eiser. Het Gerechtshof bespreekt in haar arrest een aantal oude arresten van de hoogste Nederlandse rechter, de Hoge Raad. Zo is al in 1991 overwogen dat de drempel voor aansprakelijkheid in dit soort sport- en spelsituaties hoog ligt. Deelnemers aan een sport als voetbal moeten tot op zekere hoogte gevaarlijke gedragingen van elkaar verwachten. Ook leidt het enkele overtreden van de spelregels niet direct tot een onrechtmatig daad. Overtreding van een spelregel is wel een factor die meeweegt bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de actie.

Oordeel Gerechtshof

In de wedstrijd tussen FVV en Muntendam is aan geen van de betrokken spelers een gele of rode kaart opgelegd. Dat betekent volgens het Gerechtshof echter niet dat geen sprake was van een (zware) overtreding. De overtreding is door eiser in de procedure voldoende aannemelijk gemaakt. Eiser heeft volgens het Gerechtshof echter onvoldoende onderbouwd dat deze overtreding zo ernstig was dat deze een rode kaart rechtvaardigde vanwege “buitensporige inzet” of “ernstig gemeen spel”. Het Gerechtshof oordeelt daarom dat de actie van de tegenstander weliswaar een overtreding van de spelregels vormt, maar dat deze niet zo buitensporig is dat deze valt buiten datgene wat deelnemers aan een voetbalwedstrijd in redelijkheid mogen verwachten. Het Gerechtshof wijst de aansprakelijkheid van de tegenstander af.

Tot slot

Heeft u ook een vraag over aansprakelijkheid en schadevergoeding, of juist een vraag over sportrecht? Neemt u dan contact op!

 

AVIO: vier rechtsgebieden

Zoals u waarschijnlijk wel weet, staat AVIO advocaten voor vier rechtsgebieden: Arbeidsrecht, Vastgoed, Insolventierecht en Ondernemingsrecht. Onze advocaten zijn elk gespecialiseerd in een bepaald rechtsgebied. Soms spelen er in een zaak echter meerdere rechtsgebieden, zoals bij fusies en overnames. Ook voor zulke zaken bent u bij AVIO advocaten aan het juiste adres.

Recente overnames

Recentelijk waren de advocaten van AVIO advocaten betrokken bij twee interessante overnames. Naast het ondernemingsrecht speelden bij die overnames ook zaken op het gebied van het huurrecht en het arbeidsrecht. Voor de cliënt is het dan prettig dat AVIO advocaten alle expertise in huis heeft om de overname in goede banen te leiden.

Door de korte lijnen op kantoor kan er bovendien snel geschakeld worden. Ook heeft AVIO advocaten goede contacten met externe experts, zoals notarissen en accountants. AVIO advocaten is daardoor een fullservice kantoor, zeker ook op het gebied van fusies en overnames.

Meer informatie

Wilt u meer informatie over onze expertise op het gebied van overnames? Of heeft u een juridische kwestie, maar weet u niet of AVIO advocaten de expertise daarvoor in huis heeft? Neemt u dan contact met ons op.

Een slapend dienstverband is een dienstverband waaraan door de werknemer geen invulling meer kan worden gegeven door arbeidsongeschiktheid die twee jaar of langer duurt.

De vraag is of een slapend dienstverband door de werkgever op voorstel van de werknemer moet worden beëindigd?

 

De Hoge Raad heeft zich hierover op 8 november 2019 uitgesproken en heeft deze vraag met JA beantwoord! Dit brengt goed werkgeverschap met zich mee. De werkgever moet dan aan de werknemer een transitievergoeding betalen.

De beëindiging van een slapend dienstverband hoeft niet plaats te vinden als de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft om het dienstverband in stand te houden. Zo’n belang is er als er nog reële re-integratiemogelijkheden zijn voor de werknemer.

Een gerechtvaardigd belang om het dienstverband in stand te houden is niet aanwezig als de werknemer op het moment dat hij het beëindigingsvoorstel doet de pensioengerechtigde leeftijd bijna heeft bereikt.

De transitievergoeding die een werkgever betaalt aan een werknemer bij beëindiging van een slapend dienstverband, kan voor compensatie in aanmerking komen bij UWV. Dit kan vanaf 1 april 2020. Er kan dan een beroep worden gedaan op de Wet Compensatie Transitievergoeding.

Stel dat de werkgever, door nu een transitievergoeding te betalen terwijl deze eerst in de loop van 2020 wordt gecompenseerd, in ernstige financiële problemen komt, dan kan de rechter beslissen dat betaling van een transitievergoeding aan de werknemer in termijnen plaatsvindt of wordt opgeschort tot na 1 april 2020. De transitievergoeding moet wel zijn betaald voordat de werkgever een beroep doet op de Wet Compensatie Transitievergoeding, nu die Wet vereist dat zo’n aanvraag alleen kan worden gedaan als de volledige vergoeding aan de werknemer is voldaan. In die zin ontkomt de werkgever niet aan voorfinanciering.

Tot slot is nog van belang om te weten dat een werkgever in het kader van de Wet Compensatie Transitievergoeding de transitievergoeding gecompenseerd krijgt die ziet op 104 weken arbeidsongeschiktheid, niet op een langere periode van arbeidsongeschiktheid.

Wilt u meer weten over deze uitspraak van de Hoge Raad en/of een ander arbeidsrechtelijk onderwerp, neemt u dan gerust contact op.

De laatste tijd is er veel te doen over slapende dienstverbanden en het eventuele recht van de werknemer op de transitievergoeding (een ontslagvergoeding). In recente uitspraken van de Rechtbank Gelderland en de rechtbank Den Haag oordeelde de rechter dat het in stand laten van een slapende arbeidsovereenkomst en het niet-betalen van de transitievergoeding in die concrete gevallen in strijd was met goed werkgeverschap. In de zaak die speelde bij de Rechtbank Gelderland ging het om het volgende.


Waar ging de zaak over?

Een werknemer is op 4 mei 1984 in dienst getreden bij Menzis. Op 5 augustus 2015 heeft zij zich ziek gemeld. Zij lijdt aan de progressieve ziekte dystonie en is daardoor volledig en duurzaam arbeidsongeschikt. Van enig zicht op verbetering van de gezondheid of herstel is geen sprake. Menzis laat het dienstverband in stand (‘slapend’) om maar geen transitievergoeding te hoeven betalen. Voor de werknemer is dat erg nadelig. Wordt de arbeidsovereenkomst niet voortijdig door de werkgever beëindigd, eindigt deze op 18 november 2019 door het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Op dat moment vervalt het recht op de transitievergoeding.

Wat vond de rechter?

De rechter oordeelt dat het in stand houden van het dienstverband van deze werknemer in dit concrete geval vanwege de uitzonderlijke omstandigheden in strijd is met goed werkgeverschap. De rechter verplicht de werkgever daarom de arbeidsovereenkomst op te zeggen en de werknemer de transitievergoeding (€ 46.664,30 bruto) te betalen.

Tot slot

In de literatuur en rechtspraak wordt verschillend over dit onderwerp gedacht. Bovendien is het rechtsgebied in beweging vanwege een nieuwe wet in 2020 (Wet Compensatieregeling Transitievergoeding).

Heeft u een vraag over dit onderwerp of een ander arbeidsrechtelijk thema? Neemt u dan contact op met ons kantoor.

De Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) is u allen ongetwijfeld bekend en laat duidelijk zijn, de WAB treedt niet in werking in 2019 maar per 1 januari 2020. Ook dat wist u ongetwijfeld al.

De WAB werpt echter zijn schaduwen al wel terug over 2019 nu bepaalde onderdelen van de WAB in dit jaar 2019 voor u al van belang kunnen zijn. Hierna noem ik hiervan twee voorbeelden.

 

Lees meer