Over payrolling is in de afgelopen jaren al veel gezegd en geschreven. Bij payrolling fungeert de payrollonderneming formeel als werkgever maar materieel is er een andere werkgever. De payrollonderneming is alleen op papier werkgever en betaalt het loon uit, meer doet de payroll-onderneming niet.

Kantonrechters hebben in de afgelopen jaren nog wel eens door de constructie van payrolling heen geprikt. Geoordeeld werd dan dat de opdrachtgever toch eigenlijk werkgever was van de betrokken werknemer. Er werd dan dus aan het payrollbedrijf voorbij gegaan.

De Rijksoverheid heeft in 2014 al aangegeven dat zij er naar streeft om het gebruik van payrollcontracten volledig af te bouwen. Dit zou moeten zijn geschied vóór 1 mei 2016. Dit geeft dus wel aan hoe de overheid denkt over payrolling.

Inmiddels zijn de ontslagregels voor payrollmedewerkers gewijzigd. Die wijziging bestaat eruit dat voor payrollmedewerkers de ontslagregels gelden zoals deze ook gelden voor werknemers direct in dienst van de opdrachtgever. Indien de arbeidsrelatie met een payrollmedewerker moet worden beëindigd dan dient er gekeken te worden naar de situatie zoals die is bij de opdrachtgever en niet zoals die is bij de payrollwerkgever.

Bij de opdrachtgever moet er dan bijvoorbeeld onvoldoende werk zijn of onvoldoende zijn gefunctioneerd op grond waarvan door de payrollwerkgever gestreefd kan worden naar beëindiging van de relatie met de payrollwerknemer.

Het is dus op grond van de gewijzigde regels niet meer voldoende dat de opdrachtgever de payrollrelatie beëindigd en dat daardoor ook de relatie met de payrollmedewerker kan worden beëindigd. De payrollwerkgever dient een volledig en goed dossier te hebben gebaseerd op de situatie bij de opdrachtgever alvorens die payrollwerkgever de relatie met de payrollmedewerker kan beëindigen. Zoals gezegd, voor payrolling gelden dezelfde regels als voor andere arbeidsrelaties.

Vanaf 1 juli 2015 gelden deze nieuwe ontslagregels voor alle payrollovereenkomsten.