In geval van overgang van onderneming gaan de arbeidsovereenkomsten van het personeel van de vervreemder (de verkopende onderneming) van rechtswege over op de verkrijger (de kopende onderneming) De werknemer wordt hiermee bescherming geboden, onder meer ten aanzien van zijn salaris en arbeidsvoorwaarden daarvan mag in beginsel niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken.

Het is niet altijd even duidelijk of er sprake is van overgang van onderneming volgens de wettelijke definitie daarvan. Zo was het in onderstaand arrest de vraag of een onderneming waar werknemers permanent zijn tewerkgesteld en geen arbeidsovereenkomst hebben met de onderneming waar zij werkzaamheden verrichten, kan worden beschouwd als een “vervreemder” volgens de wettelijke bepalingen die gelden bij overgang van onderneming.

De feitelijke situatie was als volgt. Binnen het concern Heineken International, was al het personeel bij de onderneming Heineken Nederlands Beheer B.V. (HNH) in dienst. HNH had arbeidsovereenkomsten afgesloten met het personeel en detacheerde het personeel vervolgens bij andere ondernemingen van het Heineken-concern in Nederland.

De heer Roest was in dienst van HNH en was ruim 20 jaar gedetacheerd bij de onderneming Heineken Nederland B.V. In 2005 heeft Heineken Nederland B.V., waar Roest zijn werkzaamheden uitoefende, een deel van haar onderneming overgedragen aan Albron. Volgens Roest was er sprake van overgang van onderneming, zodat zijn salaris en arbeidsvoorwaarden bij Albron gelijk diende te zijn als die in dienst van HNH. Hiervoor is van belang of er sprake is van het wettelijk begrip overgang van onderneming. Roest was immers niet in dienst bij Heineken Nederland B.V., die een deel van haar activiteiten heeft overgedragen aan Albron, maar bij HNH.

Het Europese Hof heeft de situatie getoetst aan de Europese richtlijn betreffende overgang van onderneming. De Nederlandse wetgeving over overgang van onderneming is ook gebaseerd op deze Europese richtlijn. Die richtlijn sluit niet uit dat een niet-contractuele werkgever niet kan worden beschouwd als een vervreemder bij overgang van onderneming, in de zin van de Europese richtlijn. Met name de wijziging van de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de activiteiten van het overgedragen deel van de onderneming is relevant voor wie er als werkgever worden beschouwd in de zin van de Europese Richtlijn. Een contractuele werkgever prevaleert daarmee niet automatisch boven een niet-contractuele werkgever. Hiermee heeft het Europese Hof geoordeeld dat een onderneming kan worden beschouwd als vervreemder in de zin van overgang van onderneming op grond van de Europese richtlijn indien daar werknemers werkzaam zijn die permanent zijn tewerkgesteld en geen arbeidsovereenkomst met de betreffende onderneming hebben.

Het Europese Hof heeft tevens bepaald dat de uitkomst van dit arrest ook kan en moet worden toegepast op arbeidsverhoudingen die zijn ontstaan en tot stand gekomen voor de datum waarop dit arrest is gewezen. De heer Roest en zijn collega’s kunnen jegens Albron aldus aanspraak maken op hetzelfde salaris en dezelfde arbeidsvoorwaarden zoals die bij HNH werden genoten.

Het bovenstaande arrest heeft tot gevolg dat werknemers die zijn gedetacheerd en bij één onderneming permanent zijn tewerkgesteld, bij overgang van onderneming van rechtswege overgaan op de verkrijgende partij, ondanks dat zij formeel hun dienstverband bij een andere onderneming hebben.