De laatste tijd is er veel te doen over slapende dienstverbanden en het eventuele recht van de werknemer op de transitievergoeding (een ontslagvergoeding). In recente uitspraken van de Rechtbank Gelderland en de rechtbank Den Haag oordeelde de rechter dat het in stand laten van een slapende arbeidsovereenkomst en het niet-betalen van de transitievergoeding in die concrete gevallen in strijd was met goed werkgeverschap. In de zaak die speelde bij de Rechtbank Gelderland ging het om het volgende.


Waar ging de zaak over?

Een werknemer is op 4 mei 1984 in dienst getreden bij Menzis. Op 5 augustus 2015 heeft zij zich ziek gemeld. Zij lijdt aan de progressieve ziekte dystonie en is daardoor volledig en duurzaam arbeidsongeschikt. Van enig zicht op verbetering van de gezondheid of herstel is geen sprake. Menzis laat het dienstverband in stand (‘slapend’) om maar geen transitievergoeding te hoeven betalen. Voor de werknemer is dat erg nadelig. Wordt de arbeidsovereenkomst niet voortijdig door de werkgever beëindigd, eindigt deze op 18 november 2019 door het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Op dat moment vervalt het recht op de transitievergoeding.

Wat vond de rechter?

De rechter oordeelt dat het in stand houden van het dienstverband van deze werknemer in dit concrete geval vanwege de uitzonderlijke omstandigheden in strijd is met goed werkgeverschap. De rechter verplicht de werkgever daarom de arbeidsovereenkomst op te zeggen en de werknemer de transitievergoeding (€ 46.664,30 bruto) te betalen.

Tot slot

In de literatuur en rechtspraak wordt verschillend over dit onderwerp gedacht. Bovendien is het rechtsgebied in beweging vanwege een nieuwe wet in 2020 (Wet Compensatieregeling Transitievergoeding).

Heeft u een vraag over dit onderwerp of een ander arbeidsrechtelijk thema? Neemt u dan contact op met ons kantoor.