Verrekening

In handelsrelaties hebben partijen nog wel eens vorderingen over en weer. Het kan dan handig zijn de vorderingen met elkaar te verrekenen. Dat geldt helemaal in geval van faillissement. Zowel het Burgerlijk Wetboek (BW) als de Faillissementswet (Fw) kennen specifieke bepalingen over verrekeningRecent liet de Hoge Raad zich uit over de vraag of van die bepalingen contractueel kan worden afgeweken.

Uitbreiding wettelijke regeling

Artikel 6:127 BW geeft regels voor verrekening buiten een situatie van faillissement. Artikel 53 Fw geeft regels voor verrekening in een faillissementssituatie. De hoogste rechter in Nederland, de Hoge Raad, overweegt in de hier genoemde uitspraak dat de in het BW neergelegde bevoegdheid tot verrekening van regelend recht is. Daarmee is bedoeld dat partijen van deze regeling contractueel mogen afwijken. Aldus kunnen partijen overeenkomen dat verrekening óók kan plaatsvinden indien partijen niet elkaars schuldeiser zijn. Bij bepalingen van dwingend recht is dat niet mogelijk.

Overweging Hoge Raad

Hoe zit het met de verrekening in faillissement? De Hoge Raad overweegt dat er geen grond bestaat om aan een overeenkomst tot uitbreiding van de verrekeningsbevoegdheid haar werking te ontnemen indien een van de partijen later in staat van faillissement wordt verklaard. De Hoge Raad oordeelt dat het wederkerigheidsvereiste van artikel 53 Fw, dus het over en weer elkaar schuldeiser zijn, niet van dwingend recht is.

De Hoge Raad merkt nog wel op dat van het andere vereiste van artikel 53 Fw, namelijk dat verrekening alleen mogelijk is indien de schuld en vordering vóór de faillietverklaring zijn ontstaan, niet contractueel kan worden afgeweken. Dat gedeelte van artikel 53 Fw is dus wél van dwingend recht.

Tot slot

Partijen kunnen dus contractueel overeenkomen dat verrekening óók kan plaatsvinden indien partijen niet elkaars schuldeiser zijn. Een faillissementssituatie verandert daaraan niets.