De huurder van winkel- en horecaruimte heeft diverse rechten als de huurovereenkomst wordt opgezegd. In een recente uitspraak van de kantonrechter Almelo kwam mooi naar voren welke ‘financiële rechten’ de huurder heeft. Maar ook dat de bomen niet tot in de hemel groeien.

Winkelcentrum

Een franchisenemer van Multivlaai huurde een ruimte in een winkelcentrum in Almelo. De gemeente kocht het winkelcentrum met de bedoeling het stadsdeel te herontwikkelen. Meer concreet zou de Almelose haven worden doorgetrokken tot op de plek waar de Multivlaai-vestiging gevestigd was. Het winkelcentrum, waaronder de door Multivlaai gehuurde ruimte, moest dus wijken.

Met alle andere huurders was de gemeente reeds tot overeenstemming gekomen. Meerdere huurders (waaronder C&A, Albert Heijn en Bruna) waren zelfs al vertrokken. Tussen de gemeente en Multivlaai was ook meerdere keren overleg geweest. Dat liep op niets uit. Diverse rechtszaken waren tussen partijen gevoerd.

Exploitatieplicht geschonden?

Enigszins bijzonder is dat Multivlaai zelf ook reeds uit het winkelcentrum was vertrokken, medio 2017. De huurovereenkomst liep nog door tot 1 oktober 2018. Multivlaai was niet verhuisd, maar gestopt. De gemeente heeft de huurovereenkomst opgezegd op grond van dringend eigen gebruik in het kader van de herontwikkeling.

Weer bij de kantonrechter, vorderde de gemeente ten eerste ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van een contractueel boetebedrag van ruim € 200.000,-. Als grond voerde de gemeente aan dat Multivlaai de exploitatieplicht had geschonden door voortijdig uit de gehuurde ruimte te vertrekken. De kantonrechter vond dat gezien de desolate staat van het centrum te ver gaan, en wees de vorderingen af.

Verhuiskosten?

De vordering tot beëindiging wegens opzegging wees de kantontechter wel toe. De kantonrechter kwam echter niet toe aan de tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten. Multivlaai was namelijk helemaal niet verhuisd, maar gestopt.

Schadeloosstelling?

Wel beoordeelde de kantonrechter vervolgens de vordering van Multvlaai tot toekenning van een schadeloosstelling wegens afbraak in het algemeen belang. Volgens de gemeente kon daar om dezelfde reden geen sprake van zijn: immers, een bedrijf dat niet meer bestaat, genereert ook geen inkomsten meer, en kan dus ook geen schade door beëindiging lijden.

Dat vond de kantonrechter echter te kort door de bocht. Aannemelijk was dat Multivlaai was gestopt vanwege de voorgenomen plannen van de gemeente tot sloop van het pand. Wel was de kantonrechter van oordeel dat schadeloosstelling moet plaatsvinden op basis van de -fictieve- bedrijfsverplaatsing en niet op basis van de bedrijfsbeëindiging. Dat betekende in dit geval dat geen € 239.000,-, maar een bedrag van € 51.175,- dat door de gemeente aan Multivlaai moest worden betaald.