Degene die wel eens van Apeldoorn naar Zutphen rijdt, kent ongetwijfeld het smal ogende gedeelte van de provinciale weg dat door de dorpskern van Voorst gaat. Door de verkeersdrukte en de nabijheid van huizen en winkels aan weerszijden van deze weg komen de verkeersveiligheid en de kwaliteit van wonen en leven daar in het gedrang. Daarom is voor velen de omlegging van de N345 die momenteel plaatsvindt en die het verkeer via de westzijde om Voorst zal heenleiden zeer welkom. Uit een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin de afwijzing van een aanvraag om tegemoetkoming in de planschade centraal staat, blijkt echter dat deze ruimtelijke ontwikkeling niet door iedereen wordt omarmd.

De casus
Wat is de casus? Begin mei 2007 hebben appellanten een woonboerderij in het buitengebied van Voorst gekocht. Vier jaar later zijn zij in deze woonboerderij een restaurant begonnen. In nagenoeg dezelfde periode is in opdracht van de Provincie Gelderland onderzoek gedaan naar mogelijkheden om de leefbaarheid en de verkeersveiligheid in de nabijgelegen kern van Voorst te verbeteren. Een rondweg om Voorst zou beantwoorden aan dit doel. Uiteindelijk is op 30 januari 2014 het inpassingsplan N345 Rondweg Voorst, dat de planologische basis heeft gelegd voor de realisering van deze rondweg, in werking getreden.

Uit dit plan blijkt dat de rondweg in de nabijheid van de woning van appellanten zal komen te liggen. Daarom zijn appellanten van mening dat zij door deze planologische ontwikkeling schade lijden. Deze schade bestaat enerzijds uit de waardevermindering van hun woonboerderij en anderzijds uit inkomensschade door teruglopende bezoekersaantallen van hun restaurant. Op 24 maart 2015 hebben zij dan ook bij het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland een verzoek om tegemoetkoming in de planschade ingediend.

De procedures
GS hebben besloten tot afwijzing van het verzoek om tegemoetkoming in de planschade. GS hebben zich daarbij op het standpunt gesteld dat het voor appellanten reeds op de datum waarop zij de woning kochten (2 mei 2007) en het restaurant startten (1 september 2011) voorzienbaar was dat mogelijk een rondweg in de nabijheid van hun woning zou worden aangelegd. Volgens GS hebben appellanten immers al uit het ontwerp van de Regionale structuurvisie Stedendriehoek 2030 met bijbehorende plankaart (dat van 2 januari 2007 tot en met 22 februari 2007 ter inzage heeft gelegen) het toekomstige tracé kunnen afleiden. Het tegen het afwijzingsbesluit ingediende bezwaarschrift hebben GS ongegrond verklaard.

In navolging van GS heeft de Rechtbank Gelderland bij uitspraak van 6 april 2017 geoordeeld dat de ontwerp structuurvisie een voldoende concreet en openbaar gemaakt beleidsvoornemen is. Op grond van dit beleidsvoornemen hadden appellanten er dan ook op het moment van aankoop van de woonboerderij rekening mee moeten houden dat uitvoering zou worden gegeven aan de realisering van de rondweg. Ook al was de rondweg voorzien op een grotere afstand van het perceel van appellanten dan de afstand waarop de huidige rondweg is voorzien.

De Afdeling bestuursrechtspraak is een andere mening toegedaan. In tegenstelling tot de rechtbank oordeelt de Afdeling dat uit de ontwerp structuurvisie niet kan worden afgeleid dat de rondweg nabij de woning van appellanten voorzienbaar was.

De Afdeling overweegt dat weliswaar in algemene bewoordingen in de ontwerp structuurvisie is opgenomen dat een omlegging van de N345 rond de kern van Voorst noodzakelijk is, maar vindt dat onvoldoende om te kunnen spreken van een te voorziene overheidsmaatregel die zodanig concreet is, dat appellanten hier bij de aankoop van de woning rekening mee konden houden. Ook de plankaart geeft de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de omlegging voorzienbaar is geweest omdat daaruit niet kan worden opgemaakt dat het betrekking heeft op de gewenste rondweg. Er wordt namelijk geen enkele connectie gelegd met de op de plankaart ingetekende stippellijn (waarmee blijkens de legenda ‘autoweg, verbeteren doorstroming’ wordt bedoeld) en de gewenste omlegging van de N345.

De Afdeling komt hiermee tot de conclusie dat de planologische ontwikkeling op het moment van de aankoop van de woonboerderij niet op basis van de ontwerp structuurvisie voor appellanten voorzienbaar was. De Afdeling stelt vast dat dit anders is voor het moment waarop appellanten de exploitatie van het restaurant zijn gestart. Omdat op dat moment in het ontwerp van de Intergemeentelijke structuurvisie IJsselsprong onder andere de huidige aan te leggen rondweg wordt beschreven, konden appellanten hieruit afleiden dat de mogelijkheid bestond dat de rondweg in de nabijheid van de woning zou worden aangelegd.

De Afdeling beslist kort samengevat dat GS met inachtneming van de uitspraak een nieuw besluit moeten nemen op het door appellanten gemaakte bezwaar tegen het afwijzigingsbesluit. Dit betekent dat – nu de Afdeling heeft geoordeeld dat de waardevermindering van de woonboerderij ten gevolge van de planologische ontwikkeling niet voorzienbaar is geweest – GS nu zal moeten beslissen of en zo ja welk bedrag zij aan appellanten zal toekennen als tegemoetkoming in de planschade.

Voor appellanten is in ieder geval ten langen leste vastgesteld dat een deel van de door hen geleden schade niet voorzienbaar is geweest. Nu is het wachten dus op de nieuwe beslissing op bezwaar van GS.