De huidige woningmarkt is een kopersmarkt. Woningen worden ver beneden de oorspronkelijk vraagprijs verkocht en de woning is voor de verkoper dan ook niet meer het gouden investeringsei dat het eens geweest is. Daarnaast bestaat er voor koper ten gevolge van de huidige financiële situatie een groter risico dat de verkoper in staat van faillissement wordt verklaard. Is tussen verkoper en koper op het moment van het uitspreken van het faillissement de koopovereenkomst al wel gesloten maar is de woning nog niet geleverd, dan is de koper in beginsel overgeleverd aan de wil van de curator. Deze zal afhankelijk van de bedongen verkoopprijs en de prijs welke hij mogelijkerwijs zelf door verkoop weet te bewerkstelligen er voor kiezen om de woning al dan niet alsnog te leveren. Een verplichting hiertoe is er in beginsel voor de curator niet.

De vraag is dan of er voor aspirant kopers, die redenen hebben om aan te nemen dat gedurende het proces van verkoop en levering van de woning de verkoper wel eens zou kunnen failleren, mogelijkheden zijn om het lot in eigen handen te houden en derhalve niet afhankelijk te zijn van de bereidwilligheid van de curator. De wet biedt uitkomst. Artikel 7:3 BW biedt de koper namelijk de mogelijkheid om de koopovereenkomst in te schrijven in de kadastrale registers. Een na deze inschrijving gelegd (en ingeschreven) beslag, of uitgesproken faillissement kan niet worden ingeroepen tegen de koper. De curator is op grond van de inschrijving van de koopovereenkomst derhalve gehouden de woning aan de koper te leveren. Aspirant kopers doen er gezien het vorenstaande, op het moment dat zij ook maar enige aanwijzing hebben dat er een risico op faillissement van de verkoper bestaat, goed aan om de koopovereenkomst in te schrijven.